Volg ons op social media!

Uitspraak: Joël Voordewind, Tweede Kamerlid ChristenUnie
Bron: Jinek, 16 februari 2015

Oordeel: Kromme neus! (niet te checken)

Nederland zet mensen uit die worden verdacht van oorlogsmisdaden en nog niet schuldig zijn bevonden. Cijfers hierover van andere Europese landen ontbreken, maar voor zover bekend gaan andere lidstaten zelden tot nooit over tot uitzetting. Voordewind heeft de schijn mee, maar zeker weten doen we het niet!

 

dots

De bewering

De uitzetting van de Afghaanse asielzoeker Feda Amiri (54) hield de gemoederen in Nederland flink bezig in februari dit jaar. Amiri zou volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken een voormalig communistisch veiligheidsagent zijn en daardoor mede schuldig aan oorlogsmisdaden. Volgens zijn dochter was Amiri slechts een ‘simpele politieagent‘. Maar de verdenking van oorlogsmisdaden was voor Buitenlandse Zaken genoeg om Amiri het land uit te zetten.

Joël Voordewind, Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie, mengde zich in de discussie en nam op 16 februari plaats op de bank bij Jinek om te praten over het Nederlandse uitzetbeleid, dat volgens hem niet deugt. Hij zei tijdens deze uitzending dat Nederland het enige land in Europa is dat mensen uitzet die worden verdacht van oorlogsmisdaden, zonder dat zij door een rechter schuldig zijn verklaard.

 

dots

De feiten

Feda Amiri ontvluchtte Afghanistan en kwam in 1996 met zijn gezin als asielzoeker aan in Nederland. Begin dit jaar werd Amiri Nederland uitgezet op verdenking van oorlogsmisdaden en mensenrechtenschendingen, via de zogenoemde 1F-procedure. Amiri heeft in het verleden gewerkt voor de Afghaanse geheime dienst, de Khadimat-e Atal’at-e Dowlati (KhAD). Deze dienst wordt verantwoordelijk gehouden voor de dood van naar schatting 50.000 tegenstanders van het Afghaanse communistische regime in de periode 1978-1992.

Artikel 1F is onderdeel van het VN-vluchtelingenverdrag. In het artikel staat dat mensen van wie er ernstige vermoedens zijn van schuld aan oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid, zijn uitgesloten van de bescherming van het Vluchtelingenverdrag. Dat betekent dat deze verdachten geen recht hebben op een verblijfsstatus.

Volgens een ambtsbericht van het ministerie van Buitenlandse Zaken uit 2000 hebben alle medewerkers van de Afghaanse communistische veiligheidsdiensten- vanaf de rang van onderofficier- actief deelgenomen aan schendingen van de mensenrechten. Daarmee vallen deze asielzoekers in Nederland onder artikel 1F van het VN-vluchtelingenverdrag. Zij hebben geen recht op asiel en zijn verplicht Nederland te verlaten. Volgens de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) valt Amiri onder deze groep.

Niet altijd wordt tot uitzetting overgegaan: in sommige gevallen is terugsturen naar het herkomstland gevaarlijk. Op basis van artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) mag een vreemdeling niet worden uitgezet als er gegronde reden is om aan te nemen dat hij of zij na uitzetting onmenselijk wordt behandeld. Wanneer de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) of de Nederlandse rechter oordeelt dat artikel 3 terugkeer niet in de weg staat én een 1F-er niet vrijwillig vertrekt, kan gedwongen vertrek volgen.

Het ministerie van Veiligheid en Justitie onderzocht in 2013 ongeveer 90 asieldossiers op verdenking van oorlogsmisdaden. In 30 gevallen is artikel 1F gegrond verklaard. Voor een derde van deze verdachten geldt dat terugkeer naar het land van herkomst te gevaarlijk is.

Momenteel heeft de DT&V, die verantwoordelijk is voor de uitvoering van het terugkeerbeleid, zo’n 180 1F-dossiers onder haar hoede, waarvan 60 procent bestaat uit Afghanen. In 2013 hebben volgens het ministerie ongeveer vijf 1F-ers Nederland zelfstandig verlaten en zijn er vijf 1F-ers gedwongen teruggestuurd.

Nederland, koploper in Europa

Als het gaat om de toepassing van artikel 1F en de opsporing en vervolging van oorlogsmisdadigers, behoort Nederland tot de Europese voorhoede. Het uitgangspunt van de Nederlandse regering is dat Nederland geen ‘veilige haven’ mag zijn voor oorlogsmisdadigers.

Volgens jurist en criminoloog Joris van Wijk van de VU is de Nederlandse aanpak uniek. Ons land verklaart 1F-ers sinds 2006 automatisch ongewenst (persona non grata), waarmee verblijf in Nederland strafbaar is. “De meeste landen passen artikel 1F toe nadat zij eerst hebben vastgesteld of mensen terug kunnen of niet. In Nederland wordt eerst artikel 1F toegepast en daarna pas bekeken of iemand terug zou kunnen. Dat is wellicht één van de redenen waarom Nederland vaker 1F-ers uitzet dan andere landen. Tegelijkertijd is er simpelweg heel weinig bekend over het uitzettingsbeleid ten aanzien van 1F-ers in andere landen.”

Om inzicht te krijgen in het 1F-beleid van alle EU-lidstaten, hield de Strategic Committee on Immigration, Frontiers and Asylum (SCIFA) in 2007 een questionnaire. Hoewel de volledige antwoorden niet voor inzage beschikbaar zijn, leert de vrijgegeven samenvatting ons dat Nederland een actiever 1F-beleid voert dan andere lidstaten. Ook Amnesty International stelt dat vooral Nederland het artikel toepast.

De meeste andere lidstaten passen artikel 1F volgens Amnesty International ‘niet tot weinig’ toe. Tot uitzetting van 1F-ers komt het in andere landen haast nooit, omdat dit bijna altijd een schending is van artikel 3 van het EVRM, aldus het rapport. Volgens Van Wijk veranderde dit vanaf 2007 wel duidelijk en past een aantal landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk, artikel 1F ook zeer actief toe. Maar in hoeverre zij 1F-ers uitzetten is niet bekend.

Ook als het gaat om strafrechtelijke vervolging van 1F-ers loopt Nederland, samen met Denemarken, Duitsland en België voorop. Luxemburg is naast Nederland het enige land dat 1F-ers standaard als ongewenst verklaart. Of Luxemburg ook overgaat tot actieve uitzetting van 1F-ers is niet bekend.

EU-lidstaten publiceren vaak geen cijfers over 1F-gevallen. Het ontbreekt daardoor aan een toereikend overzicht over het aantal 1F-ers dat wordt vervolgd, uitgezet of overgedragen aan internationale tribunalen. De Adviescommissie Vreemdelingenzaken stelde in 2008 dat dit te wijten is aan politieke gevoeligheid. Volgens de commissie passen de andere lidstaten artikel 1F ofwel minder nauwgezet toe in de asielprocedure, of hanteren ze een minder transparant of onduidelijk toelatings- en uitzetbeleid. Volgens Van Wijk is het 1F-beleid in andere landen veel minder gepolitiseerd dan in Nederland. Hij stelt dat de discussie over de wenselijkheid van het uitzetten van 1F-ers alleen in Nederland bestaat.

Internationale mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch prees onlangs de Nederlandse aanpak van oorlogsmisdadigers. Nederland is het enige land dat bij de politie, justitie en immigratiediensten aparte teams heeft die zich bezighouden met oorlogsmisdadigers. In een rapport uit 2014 zegt de organisatie dat andere landen het Nederlandse voorbeeld zouden moeten volgen.

 

dots

De afweging

Nederland loopt voorop als het gaat om het toepassen van artikel 1F. Tot op heden heeft Nederland 810 asielzoekers aangemerkt als verdachten van oorlogsmisdaden. In 2013 zijn vijf 1F-ers gedwongen teruggestuurd en hebben er vijf Nederland zelfstandig verlaten.

Nederland en Luxemburg zijn de enige EU-landen die deze vermeende oorlogsmisdadigers direct als ongewenst persoon verklaren. Hierdoor is een vreemdeling verplicht het land te verlaten. Maar of illegale migranten, want dat zijn deze mensen op het moment dat zij het 1F-label krijgen, uitgezet kunnen worden, hangt af van de vraag of het land van herkomst veilig genoeg is om naar terug te keren. De Nederlandse rechter oordeelde dat Afghanistan veilig genoeg is, zodat in het geval van Amiri tot uitzetting werd overgegaan.

De exacte cijfers van andere lidstaten zijn niet openbaar, maar een onderzoek uit EU-lidstaten uit 2007 toont aan dat landen haast nooit overgaan tot uitzetting van 1F-ers, omdat dit bijna altijd een schending van artikel 3 van het EVRM inhoudt.

 

dots

Conclusie: niet te checken

Pinokkio zegt: Nederland loopt met een aantal andere landen voorop in Europa als het gaat om het aanmerken van asielzoekers als vermeende oorlogsmisdadigers. Ook zet Nederland deze mensen actief uit. Wat dat betreft heeft Voordewind met zijn uitspraak de schijn mee. Maar dat Nederland écht het enige land is dat 1F-ers stelselmatig uitzet lijkt onwaarschijnlijk. Gegevens over 1F-uitzettingen van andere Europese landen zijn vaak niet openbaar. We kunnen het niet goed checken, daarom helaas een kromme neus!

 

dots