Volg ons op social media!

Voorstel voor Europees OM is een gevaar voor het Nederlands strafrechtsysteem

factor2klDennis de Jong, Europarlementariër SP
Bron: Website SP

Oordeel: Pinokkiofactor 2 – Meer feiten dan fabels:
SP Europarlementariër de Jong maakt zich terechte zorgen over sommige punten uit het voorstel voor een Europees Openbaar Ministerie. Maar dat het Europees OM een gevaar vormt voor het Nederlands strafrechtsysteem of zelfs voor de nationale rechtsstaat is overdreven.

 

dots

 

De bewering

In juli 2013 werd een voorstel gedaan voor een Europees Openbaar Ministerie. “Dit voorstel kan gelijk de prullenbak in,” verzuchtte Dennis de Jong, Europarlementariër voor de SP op de website van die partij. “Waarom?” vraagt Pinokkio zich af. Dat legt de Jong gelukkig uit: “Het gaat hier niet alleen om een nieuw instituut, maar ook om Europese regels voor strafprocesrecht die bij fraude met Europees geld gaan gelden in plaats van het nationale recht. Daarmee is het niet alleen een belediging van onze nationale justitie, maar ook een gevaar voor de eenheid van de nationale rechtsstaat.”

Met deze klare woorden gaat Pinokkio graag aan de slag. De column van de Jong1 bevat veel oneliners, maar de titel vat het goed samen: “Voorstel voor Europees OM gevaar voor Nederlands strafrechtsysteem”. De Jong vreest, kort gezegd, dat het nationale OM taken moet gaan inleveren en zich aan Europese regels moet gaan houden bij opsporing en vervolging. Maar is het eigenlijk wel gevaarlijk als er in Europa goed gekeken wordt naar fraude met EU gelden? En hoe zit het precies met die Europese procedureregels?

 

dots

 

De feiten

Europese burgers en bedrijven kunnen profiteren van de interne markt  en van subsidiegelden, verstrekt door de Europese Unie. Helaas heeft de interne markt met haar vrijheid van personen, goederen, diensten en kapitaal ook een keerzijde: het kan grensoverschrijdende fraude faciliteren. De EU doet er veel aan om fraude te bestrijden. Zo heeft ze een bureau voor fraudebestrijding (OLAF)3  dat onderzoek verricht naar verschillende vormen van EU fraude. OLAF heeft zelf geen opsporings- en vervolgingsbevoegdheden, maar werkt samen met nationale autoriteiten zoals het Openbaar Ministerie. Volgens de Europese Raad is deze samenwerking niet optimaal: de autoriteiten reageren niet altijd of niet snel genoeg, waardoor er veel zaken blijven liggen.3 Een Europees Openbaar Ministerie (in de wandelgangen ongelukkig genoeg afgekort tot EPPO: European Public Prosecutor’s Office4) moet daar verandering in brengen. Dit Europees OM heeft de taak strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden, zoals grensoverschrijdende fraude, te bestrijden.

Het Europees OM komt niet uit de lucht vallen. Het Verdrag van Lissabon geeft de uitdrukkelijke bevoegdheid om zo’n OM in te stellen. Voordat het zover is moet er echter wel gekeken worden of de lidstaten dit niet beter zelf kunnen regelen en ook mogen de regels die de instelling van een Europees OM vergezellen niet verder gaan dan nodig is. De Eerste Kamer, die over het voorstel vergaderde, maakt zich zorgen over deze punten.5 De Kamer vreest een botsing tussen de toepassing van het strafrecht (in beginsel een nationale aangelegenheid) en de bescherming van de financiële belangen van de Unie (een Europese bevoegdheid is). Ten eerste omdat strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden lastig te definiëren zijn, en ten tweede omdat deze vaak voorkomen in combinatie met andere strafbare feiten die niet onder de Europese bevoegdheid vallen. Het is onduidelijk wie er in dat geval verantwoordelijk is voor de opsporing en de vervolging. Het voorstel lost deze conflicten niet op.

Wat betreft de procedureregels (de regels waar het Europees OM zich aan moet gaan houden bij opsporing en vervolging) is het in het Europees recht normaal om uit te gaan van de nationale regels tenzij er regels door de Unie zijn voorgeschreven. In andere gebieden waarop de Europese Unie actief is (bijvoorbeeld landbouw of milieu) is het vrij normaal dat er Europese procedureregels worden voorgeschreven. Volgens de procedureregels krijgt het Europees OM een aantal exclusieve bevoegdheden. Dat betekent dat de nationale openbare aanklagers geen bevoegdheid meer hebben wanneer het gaat om strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden. De overige procedureregels gelden alleen voor het Europees OM en worden niet aan de nationale instanties opgelegd.

 

dots

 

De afweging: bevoegd, maar niet goed uitgewerkt

Er lijken nogal wat haken en ogen te zitten aan de oprichting van een Europees OM. Hoewel het waar is dat er een bevoegdheid is tot instelling van een OM én dat de Europese Unie onder omstandigheden bevoegd is tot het uitvaardigen van procedureregels, loopt het voorstel op bepaalde punten mank. Bescherming van de financiële belangen van de Unie kan niet plaatsvinden zonder steun van de nationale instanties (denk bijvoorbeeld aan de samenloop tussen fraude en andere misdrijven), maar het voorstel geeft geen aanknopingspunten voor een effectieve samenwerking tussen de nationale en de Europese openbare aanklager. Daarnaast is het feit dat nationale instanties niet meer bevoegd zijn zich bezig te houden met misdrijven die voorheen wel onder het nationale strafrechtsysteem vielen een terecht punt van zorg.

 

dots

 

Conclusie: terechte zorgen, maar flink overdreven

Pinokkio zegt: Met name op het gebied van samenwerking en exclusieve bevoegdheden maakt de Jong zich terecht zorgen. Dat het Europees OM een gevaar is voor de eenheid van het strafrechtsysteem of zelfs voor de hele rechtsstaat is dan wel weer erg gechargeerd: lidstaten zijn inmiddels wel gewend om met verschillende procedurele voorschriften om te gaan. Het voorstel van de Raad mist echter wel een cruciaal element: een goede afstemming tussen beide systemen. De Jong heeft deels gelijk, maar is deels flink aan het overdrijven.

 

dots

Voetnoten

1: Zie column van Dennis de Jong op de SP website

2: European Anti-Fraud Office

3: Zie: toelichting bij het voorstel voor een Verordening tot instelling van een Europees OM

4: European Public Prosecutor’s office

5: Eerste Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 709, B.