Volg ons op social media!

De Europese Commissie is het niet onomstreden dagelijks bestuur van de Europese Unie. Zij kan als enige Europese instelling wetsvoorstellen indienen. Het Europees Parlement debatteert over deze voorstellen alvorens het samen met de Europese Raad stemt over het invoeren van het voorstel. Hiernaast is de Europese Commissie verantwoordelijk voor het beheer van het budget van de EU, de vertegenwoordiging van de EU naar het ‘buitenland’ en ziet zij erop toe dat Europees beleid correct uitgevoerd wordt in de lidstaten.

De Europese Commissie bestaat uit verschillende afdelingen, die verantwoordelijkheden hebben die uiteenlopen van bepaalde beleidsterreinen, (denk aan milieu, economie of informatica) buitenlandse betrekkingen tot interne diensten, zoals de selectie van personeel of gebouwbeheer. Deze afdelingen worden Directoraat-Generaal genoemd (kortweg DG).

De Europese Commissie wordt bestuurd door Eurocommissarissen, die elk verantwoordelijk zijn voor één of verschillende beleidsterreinen. Elke Eurocommissaris komt uit een andere lidstaat en wordt voor een periode van vijf jaar gekozen.

Eén van de Eurocommissarissen wordt gekozen als voorzitter. De politieke groepen in het Europees Parlement kunnen allemaal een voorkeur uitspreken, maar de uiteindelijke kandidaat wordt voorgedragen door de Europese Raad. In 2014 moet bij de verkiezing van de voorzitter van de Europese Commissie voor het eerst de verkiezingsuitslag van het Europees Parlement worden meegenomen. Hierdoor heeft de kandidaat van de winnende politieke groep de grootste kans voorgedragen te worden door de Europese Raad. Het Parlement moet vervolgens de kandidaat-voorzitter goedkeuren. Als het Parlement volgens een gekwalificeerde meerderheid een kandidaat afwijst, wordt de benoeming ter discussie gesteld. Sinds 2004 is de voorzitter van de Europese Commissie de Portugees José Manuel Barroso, die in 2009 voor een tweede termijn gekozen werd.

De overige Eurocommissarissen worden voorgedragen door de eigen lidstaat. Dit gebeurt in samenspraak met de voorzitter van de Europese Commissie. Ook hierover moet het Europees Parlement vervolgens stemmen. De commissarissen vertegenwoordigen hun land van herkomst overigens niet; zij stellen het belang van de EU als geheel voorop. Neelie Kroes is namens Nederland Eurocommissaris en verantwoordelijk voor de Digitale Agenda1,2,3.

Een Eurocommissaris met een bijzondere positie is de commissaris voor buitenlands beleid. Deze functie draagt de naam Hoge Vertegenwoordiger voor het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid, en wordt sinds 2009 vervuld door de Britse Catherine Ashton. In tegenstelling tot alle andere beleidsterreinen, heeft de Europese Commissie op het gebied van buitenlands en veiligheidsbeleid niet het alleenrecht op initiatief voor nieuwe wetgeving. De Raad van ministers heeft dit recht ook. De Hoge Vertegenwoordiger is voorzitter van de Raad van ministers van Buitenlandse Zaken, die deze initiatieven kan nemen.

Een tweede verschil met andere beleidsterreinen is dat het Europees Parlement niet altijd meebeslissingsrecht heeft. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het goedkeuren van de initiatieven die de richtlijnen vormen voor het algemeen buitenlands beleid van de EU. Deze moeten unaniem worden goedgekeurd door de Europese Raad. De Hoge Vertegenwoordiger kan ten slotte de EU alleen vertegenwoordigen wanneer er al overeenstemming is tussen alle lidstaten over het standpunt. Een voorbeeld hiervan is de aanwezigheid van Ashton bij de onderhandelingen in Genève met Iran over het Iraanse atoomprogramma4,5.

De Europese Commissie gaat er prat op dat zij de enige instelling is die nieuwe wetten kan voorstellen. De reden die hiervoor wordt aangedragen is dat dit de enige manier is om tot een coherente agenda te komen. Wel kan het Europees Parlement een aanvraag doen bij de Commissie om nieuwe regels te bepalen over een bepaald onderwerp. Daarnaast oefenen lobbygroepen grote invloed uit op de Europese Commissie. Door deze lobbygroepen en omdat de Eurocommissarissen niet direct door het volk worden gekozen, wordt kritiek geuit over een vermeend gebrek aan democratische legitimiteit van de Europese Unie3.