Volg ons op social media!

Voor ingegaan wordt op de functie van de Raad van de Europese Unie, eerst kort de naam. De Raad van de EU wordt namelijk ook wel Raad van Ministers genoemd, of kortweg Raad. De Raad moet echter niet verward worden met de Europese Raad!

In de Raad worden de regeringen van de lidstaten vertegenwoordigd door een minister. Of dit de minister van Buitenlandse Zaken, van Justitie of van Economische Zaken is, hangt af van het onderwerp dat besproken wordt. Er bestaan 10 verschillende onderwerpen:

  • Raad Algemene zaken (RAZ);
  • Raad Buitenlandse Zaken (RBZ);
  • Raad Concurrentievermogen;
  • Raad Economische en Financiële zaken (Ecofin-Raad);
  • Raad Justitie en Binnenlandse zaken (JBZ-Raad);
  • Raad Landbouw en Visserij;
  • Raad Milieu;
  • Raad Onderwijs, Jeugdzaken en Cultuur;
  • Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie;
  • Raad Werkgelegenheid, Sociaal beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken1.

De ministers bepalen of de wetsvoorstellen van de Europese Commissie aangenomen worden of niet. Ook stemmen ze over de Europese begroting. In bijna alle gevallen stemt het Europees Parlement over deze zaken mee. Pas als zowel de Raad als het Parlement allebei instemmen, is een voorstel goedgekeurd. In een enkel geval beslist de Raad in haar eentje, met name wanneer het gevoelige onderwerpen betreft. Dit is meestal het geval bij buitenlandse zaken. In deze gevallen moet de Raad unaniem het voorstel aannemen2. Dat betekent dat elke lidstaat een veto kan uitbrengen. In de meeste gevallen is het echter voldoende als er een gekwalificeerde meerderheid voor is. Dit houdt in dat een meerderheid van de lidstaten voor is en dat het voorstel minimaal 260 van de 352 stemmen krijgt. Elke lidstaat heeft een aantal stemmen, dat gebaseerd is op het aantal inwoners. De verdeling is als volgt:

  • 29 stemmen: Duitsland, Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk;
  • 27 stemmen: Spanje en Polen;
  • 14 stemmen: Roemenië;
  • 13 stemmen: Nederland;
  • 12 stemmen: België, Griekenland, Portugal, Hongarije, Tsjechië;
  • 10 stemmen: Bulgarije, Zweden en Oostenrijk;
  • 7 stemmen: Denemarken, Finland, Ierland, Kroatië, Litouwen, Slowakije;
  • 4 stemmen: Cyprus, Luxemburg, Letland, Slovenië, Estland;
  • 3 stemmen: Malta3,4.

Het voorzitterschap van de Raad wisselt elk half jaar. De lidstaten nemen om de zes maanden het voorzitterschap van elkaar over. Uitzondering hierop is de Raad Buitenlandse Zaken, die wordt voorgezeten door de Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlands en Defensiebeleid. Nederland is in het eerste halfjaar van 2018 aan de beurt5.

De vergaderingen van de Raad worden voorbereid door de Permanente Vertegenwoordigers van elke lidstaat. Deze vertegenwoordigers zijn gevestigd in Brussel en functioneren als ambassadeur van de lidstaat naar de Europese instellingen. Zij vergaderen elke week in het Comité van Permanente Vertegenwoordigers, afgekort Coreper. Het voorbereiden van de Raadvergaderingen betekent dat in Coreper de agenda van de Raad in ‘punten A’ en punten B’ verdeeld wordt. Punt A is een dossier waarover de ministers instemmen zonder discussie, terwijl over een Punt B nog onderhandeld moet worden. Dit betekent dat over Punten A vaak al is onderhandeld in Coreper of dat wanneer de ministers overeengekomen zijn de details aan Coreper overgelaten worden. Onderzoek heeft uitgewezen dat ongeveer 85% van alle beslissingen in de Raad niet door de ministers, maar door Coreper genomen worden. Coreper heeft daardoor een belangrijke functie in het besluitvormingsproces van de EU6.