Volg ons op social media!

Het Europees Parlement is het orgaan van volksvertegenwoordiging van de Europese Unie. Iedere vijf jaar worden de vertegenwoordigers direct gekozen vanuit hun eigen lidstaat. Hoewel op deze manier de nationaliteit van elke vertegenwoordiger, de Europarlementariër, een belangrijke rol speelt, dient het Europees Parlement haar besluiten in principe vanuit het belang van de EU in haar geheel te nemen. De nationale parlementen hebben geen directe invloed in het Europees Parlement. De Europarlementariërs hebben echter wel bijna allemaal een band met een nationale politieke partij.

Op dit moment zijn er 766 Europarlementariërs, waarvan 26 namens Nederland. Het aantal Europarlementariërs per land wordt bepaald door het bevolkingsaantal, met een minimum van 6 vertegenwoordigers en een maximum van 96. Bijna alle Europarlementariërs zijn lid van één van de zeven politieke fracties. Deze fracties komen voort uit de nationale partijen. Zo zijn er onder andere de groenen, de liberalen (ALDE), de sociaaldemocraten (S&D) en de christendemocraten (Europese Volkspartij). Hiernaast bestaat er een groep parlementariërs die geen lid is van één van deze groepen.

Wie echter denkt dat de fracties eensgezinde groepen zijn, heeft het mis. Doordat de Europarlementariërs vanuit nationale politieke partijen gekozen worden, blijven zij in meer of mindere mate afhankelijk van hun partij. Europarlementariërs zijn daardoor sterk verbonden met zaken die spelen op nationaal niveau. Toch wil dit helemaal niet zeggen dat de fractie waartoe een Europarlementariër behoort dezelfde koers vaart als de nationale partij. Partijen binnen één fractie kunnen namelijk erg van elkaar verschillen in ideologisch opzicht. Ook nationale perspectieven spelen een rol. Hoe meer partijen binnen een fractie, hoe groter de kans op (grote) verschillen binnen de fractie. Deze verschillen kunnen ervoor zorgen dat het nemen van snelle beslissingen erg lastig is. Ook zorgen de verschillen binnen fracties er voor dat Europarlementariërs die een bepaald standpunt willen verdedigen soms sneller medestanders vinden buiten de eigen politieke fractie.1

Eén van de belangrijkste taken van het Europees Parlement is het aanpassen van wetsvoorstellen. Deze wetsvoorstellen worden daarna samen met de Raad van de EU goed- of afgekeurd. Hetzelfde geldt voor de Europese begroting. Hiernaast controleert het Parlement de activiteiten van de Europese Unie. Dit houdt onder andere in dat zij de Europese Ombudsman benoemt, maar ook de Europese Commissie. Bij de verkiezingen in mei 2014 kiest het Parlement bovendien voor het eerst de voorzitter van de Commissie, voorheen kon zij deze alleen goed- of afkeuren. Ten slotte kan het Europees Parlement de Europese Commissie tussentijds ontslaan.1 In de praktijk is de kans echter nihil dat dit ooit gebeurt.

De afgelopen jaren is de macht van het Parlement uitgebreid. Waar het takenpakket bij de oprichting in 1952 nog beperkt was tot een adviserende rol door nationale parlementsleden, is dat nu uitgegroeid tot het meebeslissen over wetsvoorstellen, de Europese begroting en het toetreden van nieuwe lidstaten. De belangrijkste verandering kwam met het Verdrag van Maastricht in 1992, waarin werd bepaald dat het Parlement naast de Raad van de EU mag meebeslissen volgens de gewone wetgevingsprocedure. Dit betekent dat zowel de Raad als het Parlement met het voorstel in moeten stemmen. Sindsdien is het aantal beleidsterreinen waarvoor deze procedure geldt steeds uitgebreid, waardoor het Parlement vaker wetgever is naast de Raad. Met deze verandering heeft men geprobeerd het democratisch tekort van de Europese Unie te verkleinen.

Voor elk beleidsterrein waarin het Parlement meebeslist bestaat er een Parlementaire commissie. Deze commissies bereiden de vergaderingen van het Parlement inhoudelijk voor. De leden zijn Europarlementariërs, die voor een periode van tweeënhalf jaar worden gekozen op basis van hun kennis van het beleidsterrein, maar ook op basis van hun politieke kleur. Op deze manier zijn alle politieke fracties vertegenwoordigd in elke commissie.

Het Europees Parlement is gevestigd in Straatsburg (Frankrijk), Luxemburg en Brussel (België). In Straatsburg vindt één keer per maand de gezamenlijke vergadering plaats, die vier dagen duurt. De rest van de tijd zijn de Europarlementariërs in Brussel, waar de overige vergaderingen en bijeenkomsten van de parlementaire commissies gehouden worden. Het secretariaat-generaal van het Parlement ten slotte is gevestigd in Luxemburg. Onlangs hebben de Europarlementariërs zich uitgesproken voor het stoppen met de maandelijkse verhuizing; zij zouden zich liever permanent in Brussel willen vestigen. Dit wordt echter door de Fransen tegengehouden, die het parlement graag in hun mooie chauvinistische land houden.

 

dots

 

Voetnoten:
1: Bache & George (2006) Politics in the European Union. OxfordUniversity Press: Oxford