Volg ons op social media!

TTIP staat voor ‘Transatlantic Trade and Investment Partnership’, oftewel het Trans-Atlantisch Handels- en Investerings- Partnerschap. De Europese Unie en de Verenigde Staten willen met TTIP “een beter klimaat scheppen voor de ontwikkeling van handel en investeringen”, door het creëren van een vrijhandelszone die beide blokken omvat. Hierbij moeten zoveel mogelijk handelsbelemmeringen worden neergehaald. Ook is de bedoeling dat de regelgeving tussen beide gebieden meer op elkaar afgestemd worden. 

De onderhandelingen over het verdrag gingen in 2013 van start en werden in juli 2014 door de Europese Commissie gespecificeerd in drie brede gebieden; toegang tot markten, specifieke regulering op bepaalde gebieden (bijvoorbeeld de fabricage van auto’s en textiel), en bredere regels op het gebied van samenwerking, over onder andere energiewinning en auteursrechten.1 Die onderhandelingen leken eind 2014 ver gevorderd. De onderhandelaars van de EU en de VS hoopten de besprekingen aanvankelijk begin 2015 af te ronden. Inmiddels is er echter een felle discussie los gebarsten over het verdrag, waardoor de onderhandelingen vertraagd zijn.

Want TTIP kent voor- en tegenstanders. Volgens de voorstanders van het verdrag leidt het openen van de markten van Europa en de Verenigde hoe dan ook tot economische groei, waarbij er miljoenen extra banen worden gecreëerd en er voor miljarden extra aan goederen verhandeld gaan worden. Berekeningen van het Europese Centre for Economic Policy Research laten zien dat het verdrag de Europese Unie in 2027 tot 119 miljard euro per jaar op kan leveren, terwijl in de Verenigde Staten een groei van maximaal 95 miljard euro wordt voorspeld. Hierbij zou het bedrag dat een gemiddeld Europees gezin van vier personen er per jaar op vooruit gaat, stijgen tot €545 per jaar.2

Daarnaast kan een groot economisch machtsblok als TTIP, een grote mate van invloed uitoefenen op de wereldhandel en dus ook op andere grote spelers, zoals China en Rusland. Zo stelde minister Lilliane Ploumen van Buitenlande Handel en Ontwikkelingssamenwerking, dat de EU en de VS met TTIP een historische kans hebben om de standaarden op het gebied van bijvoorbeeld milieu en arbeidsrechten wereldwijd op te stuwen. Immers: de EU en de VS zouden door TTIP het grootste handelsblok ter wereld vormen, waardoor de kans volgens Ploumen groot is dat andere landen hun standaarden zouden aanpassen aan die van de EU en de VS.3

De tegenstand is echter fel, en dan vooral in Europa. Want of de voorspelde extra banen er komen is onzeker. Daarbij gaat het, ook in de meest positieve rapportages over de economische groei die TTIP op zou moeten leveren, om voorspellingen voor de langer termijn. Tegenstanders stellen dat de effecten op korte termijn negatiever zullen zijn en dat deze in de rapporten genegeerd worden, net als de kosten die bij deze negatieve korte termijn effecten horen.

En inmiddels verscheen ook een rapport waarin wordt gesteld dat het verdrag ervoor zorgt dat in Europa juist 600.000 banen verdwijnen.4 Het wantrouwen jegens TTIP wordt verder gevoed doordat de onderhandelingen over het verdrag veelal achter gesloten deuren plaats vinden. Er wordt gevreesd dat lobbyisten op deze manier te veel invloed uitoefenen op de inhoud van het verdrag. Tegenstanders zijn daarom bang dat de harmonisering van regelgeving ertoe zal leiden dat Europese standaarden naar beneden zullen worden bijgesteld. Zo bestaan er op tal van gebieden minder strenge regels in de Verenigde Staten dan in de EU. De vraag is nu wiens regels op het gebied van bijvoorbeeld genetisch gemanipuleerd vlees, groenten en fruit worden overgenomen, de strenge Europese of de minder strenge Amerikaanse?5 Tegenstanders zijn bang dat Europese, democratisch tot stand gekomen regelgeving nu ten behoeve van het bedrijfsleven en de vrije handel met de VS op de tocht komen te staan.

ISDS
Eén van de grootste kritiekpunten op TTIP is dat het zogenaamde Investor State Dispute Settlement (ISDS) ook deel uitmaakt van het verdrag. ISDS maakt het mogelijk dat een bedrijf de regering van een ander land aan kan klagen, wanneer een investering van een bedrijf in dat land in gevaar komt. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer er sprake is van veranderende wetgeving in een land, die ertoe leidt dat de investeerder geld zou verliezen of bemoeilijkt zou worden in het zakendoen. Een bekend recent voorbeeld van waar dit soort verdragen toe kunnen leiden, is de miljardenzaak die de Zweedse energiegigant Vattenfall aanspande tegen de Duitse regering, nadat het land besloot te stoppen met kernenergie in de nasleep van de Fukushima-ramp in Japan. Vattenfall kon dit doen omdat er een ISDS-clausule op het gebied van energie-investeringen was afgesloten. Tegenstanders van TTIP zijn bang dat de inclusie van een ISDS-clausule in het verdrag de politieke soevereiniteit van landen aan zal tasten.6 Veel tegenstanders zijn dan ook van mening dat ISDS uit TTIP moet worden gehaald.

 
Voetnoten
1 http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2014/july/tradoc_152666.pdf
2 http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2013/march/tradoc_150737.pdf
3 http://www.volkskrant.nl/opinie/fair-handelsakkoord-met-vs-kent-alleen-winnaars~a3745373/
4 http://ase.tufts.edu/gdae/Pubs/wp/14-03CapaldoTTIP.pdf
5 http://www.independent.co.uk/voices/comment/what-is-ttip-and-six-reasons-why-the-answer-should-scare-you-9779688.html
6 http://www.theguardian.com/business/2014/dec/08/transatlantic-trade-partnership-ttip-dividing-europe-cecilia-malmstroem-washington-debut